MUZIEKTEMPEL

Op 29 mei 1929 werd een bouwvergunning verleend voor een muziektempel aan de Schouwerzijlsterweg. Dat was twee dagen nadat door de Wierda-Stichting de aanvraag was ingediend. Er kwam een houten muziektempel op wat toen het Wierda-Stichting-terrein genoemd werd.
Deze geste kwam in een tijd dat elke gelegenheid werd aangegrepen om dit met een muziekkorps op te sieren. De Wierda-Stichting stond Winsumers toe het terrein aan de Schouwerzijlsterweg te gebruiken voor muziekevenementen, turnwedstrijden of voetbaltoernooien. Zelfs de wedstrijdprijzen werden vaak door de beheerders van de erfenis van oud-burgemeester Wierda betaald. Zo stond in het Nieuwsblad van het Noorden van 16 oktober 1922 dat bij een voetbaltoernooi er zelfs een prijs werd uitgereikt voor het mooiste samenspel.

De muziektempel was nog maar amper klaar of op 11 juli 1930 kon Winsum ruim 1000 muzikanten ontvangen voor het 8e Bondsconcours. Muzikaal zette het dorp zich duidelijk op de kaart.
Muziekcorpsen en opvoeringen hoorden toentertijd bij Winsum. Toch werd in 1948 de muziektempel aan de Schouwerzijlsterweg afgebroken. Wellicht omdat de ruimte beter kon worden benut door het groeiende aantal voetballers en hun wekelijkse voetbalwedstrijden.
De Winsumer Muziekvereniging “Triton”, Chr. Muziekvereniging “De Bazuin”, Zangvereniging “Uni”, Chr. Gem. Zangvereniging “Looft den Heer”, Kerkkoor Winsum-Obergum, het “Pijper- en Tamboercorps” en de Chr. Mandolineclub misten naar eigen zeggen een uitvoeringslocatie. Op 23 januari 1953 stuurden ze gezamenlijk een brief naar het gemeentebestuur.
Die had er na enige aarzeling wel oren naar, en dacht vervolgens na over allerlei varianten. Zo werd gekeken naar een verplaatsbare koepel en naar een koepel die werd afgedekt met een zeildoek.
Het verzoek voor het huidige ontwerp werd uiteindelijk in 1954 aan de gemeenteraad voorgelegd. De raad accepteerde het voorstel zonder er nog over te stemmen. Voor de bouw kwam 7000 gulden beschikbaar. De Winsumer aannemer Heerema mocht de klus klaren. De bouw viel enigszins tegen waardoor er meerwerk nodig was. De kosten voor de muziektempel bedroegen uiteindelijk 8822 gulden (ruim € 33.000 euro naar het huidige prijspeil).
De tempel kwam te laat, het hoogtepunt van openbare muziekuitvoeringen was voorbij. Genoemde verenigingen traden steeds minder op.  
In 1996 constateerde de gemeente dat groot onderhoud noodzakelijk was. Het was de vraag of je hier nog publieke gelden aan moet besteden. Daarvoor moest de vraag beantwoord worden voor wie en waarom het kunstwerk nodig was.
Pogingen van de toenmalige wethouder Kalk om muziekverenigingen weer te interesseren voor het muziektempeltje mislukten. In de gemeentestukken is te lezen dat die helemaal niet reageerden. De Stichting Kulturele Commissie Winsum en de net opgerichte Historische Vereniging waren ook niet te enthousiasmeren, al reageerden deze organisaties wel.
Uiteindelijk werd er in 2001 toch geld uitgetrokken voor het noodzakelijke onderhoud. Tien jaar later, in 2011, kwam dezelfde vraag weer naar voren. Nu wilde wethouder Broeksma het koepeltje afstoten, maar zijn poging strandde.

Kijken we nu naar het muziektempeltje dan is het als kunstwerk een alleraardigste verrijking. Het parkje, de Ripperdagracht en het oorlogsmonumentje staan passend bij elkaar. Met een beetje moeite en regelmatig onderhoud tellen de kosten amper mee in een gemeentebegroting.

Bronnen:
P. Noord, Informatiebulletin Historische Vereniging Winsum-Obergum september 1999 vierde jaargang nummer 1 p 20
T. van der Ziel, Informatiebulletin Historische Vereniging Winsum-Obergum november 2010 vijftiende jaargang nummer 2 p 20
website: https://euphonia-triton.nl/ Nieuwsblad van het Noorden: 22 oktober 1922 en 11 juli 1930
Gemeentearchief gemeente Winsum