CAPELLA SANCTI NICOLAI

Veel oude haven- en handelssteden in Europa hebben een kerk die is toegewijd aan Nicolaas van Myra, bij ons bekend als Sinterklaas.
Met Martinus (de patroonheilige van Groningen) is hij waarschijnlijk de meest vereerde heilige in West-Europa. Sint Nicolaas is de beschermheilige van schippers.
Het is dus niet zo gek dat ook het havenplaatsje Winsum een kapel en later kerk had die gewijd was aan de heilige Nicolaaskerk.  
Al in de 13e eeuw vierde men 5 december, ’s avonds werd de schoen gezet en de volgende dag was een feestdag. Na de reformatie vond men het schoenzetten afgodendienst en verdween de traditie uit de protestantse gebieden.

De Nicolaaskerk is een Romano-Gotisch kerkje uit de 13e eeuw, een bouwstijl die veel in Groningen en Ostfriesland voorkomt.
De Romanogotiek is bij de Nicolaaskerk in Winsum te herkennen aan de rondbogen ramen en de steunberen en het koepelgewelf in de toren.
Plaatsnemend op het bankje voor de kerk valt op dat het metselwerk veelsoortig is. Let ook op de stenen van verschillende formaten. Die stenen, of kloostermoppen, werden vaak in een eenvoudige steenbakkerij naast de kerk gemaakt.
De zaalkerk is eenvoudig van opzet, er zijn geen zijruimtes. De 30 meter lange kerk heeft aan de westkant een 19 meter hoge toren en wordt aan de oostkant omsloten met een aan drie zijkanten gesloten koor. De bouw van de kerk is op te delen in drie peridoen, elk deel komt uit een andere eeuw.
Begin 13e eeuw, de Capella Sancti Nicolai.
Dit oudste deel van de kerk was in eerste instantie een kleine kapel van 7,25 bij 8,50 meter. Het is herkenbaar aan het stuk met de twee grote op elkaar lijkende vensters met witte omlijsting. Aan de noord- en zuidzijde van de kapel zaten toegangspoortjes. De noordelijke voor vrouwen en de zuidelijke voor mannen. Deze zijn dichtgemetseld, maar loop je om de kerk heen dan zijn beide nog goed te zien.
Begin 14e eeuw, de toren
Deze zat oorspronkelijk niet aan de kapel vast. De ingang lag oorspronkelijk op de eerste verdieping. Daar zit een naar buiten draaiend deurtje die alleen via een trap te benaderen was. Dit duidt erop dat de eerste etage als toevluchtsoord te gebruiken was. Het is niet de oorspronkelijke toren, die was lager. De bovenste verdiepingen zijn opnieuw opgebouwd en verhoogd nadat in 1706 de bliksem in sloeg.
15e eeuw, verlenging en verbinding met de toren.
Door toename van het aantal parochianen was in de 15e eeuw een grotere kerk nodig. Daarvoor werd naar twee kanten uitgebreid. Zo maakte men de 1,75 meter openruimte tussen toren en kapel dicht. De oude westmuur werd gesloopt en het dak aangesloten op de toren. De ingang tot de kerk lag oorspronkelijk onder de toren, pas in de 19e eeuw werd de huidige toegang gemaakt met boven die ingang een klein raampje. Bij latere restauraties werd dat raampje weer weggemetseld. De uitbreiding aan de oostzijde is eenvoudig te zien. Daar zitten vier gotische ramen en het koor. Helemaal achter in de kerk zit een glas-in-loodraampje.
Bijzonder aan deze laatste uitbreiding is het priesterpoortje aan de zuidkant van de kerk.
Zo kon de priester eenvoudig tot de kerk toetreden voordat de heilige katholieke mis begon.

BRONNEN:
Over de Nicolaaskerk van Obergum, Commissie Obergum (SOGK), Jacques Tersteeg,  p 6-13
Website: https://www.heiligen.net/heiligen/12/06/12-06-0350-nicolaas.php