HET TORENUURWERK VAN DE NICOLAASKERK

Wat nu de Obergumer kerk wordt genoemd was ooit een kapel. Deze kapel was gewijd aan de Griekse heilige Nicolaas van Myra, bij ons bekend als Sinterklaas. De kleine stenen kapel werd eind 3e eeuw gebouwd en was een van de oudste stenen bouwwerken in de omgeving. Monniken hadden in die tijd het bakken van stenen, de kloostermoppen, geïntroduceerd. Na het vertrek van de Romeinen in de 5e eeuw, raakte de techniek van steenbakken in de vergetelheid. Ondanks de volop aanwezige grondstof, klei, was het bakken een bewerkelijk en kostbaar proces.

Jaren later, in de 14e eeuw werd naast de kapel een losstaande klokkentoren gebouwd. Deze toren kwam precies ten westen van de middenas van de kapel te staan. Naast de oproep tot gebed gaf een klok in die tijd een zekere status. Kortom, klok en toren pasten bij de welvarende handelsplaats Winsum. Daarbij komt ook nog eens dat een klok zeer praktisch is om bij onraad te waarschuwen en om een paar keer per dag de tijd aan te geven.

Een bezoek aan de toren is een avontuur dat je terugbrengt naar de middeleeuwen, met als enige luxe de elektrische verlichting. Om de toren van binnen te beklimmen moet je eerst door een klein, naar buiten opendraaiend deurtje. Deze deur bevindt zich op het balkon in de kerk.  Een hoge ingang in de toen nog losstaande toren kan erop wijzen dat de toren ook een toevluchtoord was. Binnen komen kon alleen door gebruik te maken van een ladder. Ook de smalle toegang duidt erop dat de toren een schuilplaats was.

Naar boven klimmend klinkt steeds luider een regelmatig getik, op de tweede verdieping staat een prachtig ijzeren torenuurwerk. Het zwarte gesmede mechaniek gaat, net als ik er naast sta, ineens heftig ratelen. Het is een paar minuten voor vier in de middag, iets later slaat de klok.
Op de vloer van de volgende lege verdieping liggen uitwerpselen van vogels of insecten. Na nog een smalle trap komt de klok in zicht; deze hangt stil in de klokkenstoel.
De klok werd in 1947 gegoten en het jaar erop in de kerk gehangen.
Op de klok het opschrift: “19 HEILIGERLEE 48 TER VERVANGING VAN DE IN 1943 GEROOFDE  NED. H. GEM. OBERGUM”.  Aan de andere kant van de klok staat “DAAR D`OUDEKLOK DOOR ’S VIJANDS HANDEN IS GEROOFD, LUID IK NU ALS WELEER, DE MENS TOT TIJD EN GOD TER EER”

Jammer genoeg is er vanuit dit hoge punt geen uitzicht naar het dorp. De lamellen van de smalle galmgaten zijn naar beneden gericht. Bijna ben ik op het hoogste punt, er is hierboven nog een zolder met zadeldak en op dat dak staat een zwaan als windvaan.

De zwaan op de toren laat duidelijk zien dat hier het lutheranisme lange tijd zijn stempel op de gemeenschap drukte. Luther had het al in zijn geschriften over de zwaan als symbool van de schoonheid van het ware geloof. Door de zwaan bovenop een kerkgebouw in te zetten als windvaan presenteerde de lutherse confessie zich in de openbare ruimte.

Weer buiten gekomen zie ik twee jaartallen. Helemaal boven: 1706. In dat jaar werd het bovenste deel met galmgaten op de toren gezet. Vermoedelijk was de oude toren door blikseminslag beschadigd en werd het hersteld in dat jaar. Verder valt een sluitsteen op die boven de deur van de toren zit. Het jaar 1790 is van een latere restauratie op. De sluitsteen duidt erop dat in dat jaar de deur onder de steen werd geplaatst.
Nog even nagenietend van de kruiptocht binnen valt mij aan de buitenkant op dat de toren niet meer helemaal recht staat.  Het lijkt alsof die weer los van de kerk wil. Hij wijkt een paar graden naar het westen.

Bron:
Over de Nicolaaskerk van Obergum, J Tersteeg, B Raangs