JACOBIJNENHUIS

In 1216 kreeg de Castiliaan Dominicus Guzman van paus Honorius III toestemming om de kloosterorde van de Dominicanen of Predikheren op te richten. Dominicanen werden later ook wel  Jacobijnen genoemd. Zestien jaar na de stichting van de orde was er al een Dominicaner klooster in  Utrecht. Drie jaar later werd ook het Winsumer klooster (1303)  in de orde opgenomen in de nieuwe ordeprovincie Saxonia. Van 1303 tot 1515, dus ruim 200 jaar, maakten de Dominicaanse monniken van Winsum onderdeel uit van de ordeprovincie Saksen, daarna ging het over naar de Provincia Germaniae Inferioris of te wel Nederduytsche Provincie.

Dominicanen zijn van oorsprong een bedelorde. Hun doel was het bestrijden van ketterijen door prediking, studie en een heilige levenswandel. De Dominicanen kregen ook de naam Jacobijnen  doordat zij in Parijs een klooster stichtten aan de Rue Saint-Jacques, genoemd naar apostel Jakobus de Meerdere. Bijzonder genoeg werden Dominicanen op een gegeven moment vernoemd naar de straat waaraan hun klooster stond.

Tot aan de reductie van Groningen in 1594 lag op het hoogste punt van de Wierde in Winsum een klooster. Het is goed mogelijk dat het Jacobijnenhuis daar onderdeel van uit maakte. In ieder  geval lag het tegenover de kloosterkerk. Deze kerk was in west-oostelijke richting gebouwd.

Het archief van het Winsumer Jacobijnenconvent is helaas verloren gegaan, waardoor de precieze invulling van het Jacobijnenhuis dan ook niet meer te achterhalen valt. Wat we wel weten is dat hier lange tijd neringdoenden woonden, de laatste was bakkerij Landman.

In 1999 werd het pand aangekocht door de familie Elzinga, met als oogmerk om het te restaureren. Bij de restauratie bleek dat er zich zeer oude delen in het huis bevonden. Bij het begin van de restauratie ontdekten bouwhistorici in de zuidmuur van het pand de sporen van kloostervensters. Nader onderzoek – ondermeer naar roze verf op het pleisterwerk – toonde aan dat het hier om 13e of 14e eeuwse vensters moet gaan. Eén van deze vensters is – hoewel uiteraard dicht gemetseld – nog vrijwel gaaf. Daarnaast werden de restanten van nog zes van deze vensters aangetroffen. Een gebouw dat in die tijd zeven van deze vensters had, moet een belangrijk gebouw zijn geweest. Hoewel de bewijsvoering niet sluitend is, lijkt het aannemelijk dat het gebouw onderdeel heeft uitgemaakt van de kloostergebouwen, misschein was het zelfs wel het huis van de prior (klooster overste). Het kan ook dienst hebben gedaan als gastenverblijf of refter(eetzaal). Na de vondst van deze kloostervensters werd de restauratie enkele maanden stilgelegd voor opgravingen. Bij die opgravingen werden tal van voorwerpen uit diverse periodes aangetroffen. In gedempte waterputjes lagen restanten van gebruiksvoorwerpen. In 2003 werd de restauratie voltooid en geopend door de Commissaris van de Koningin. Het is nu een kleinschalig particulier sociaal-cultureel centrum.

Bronnen: http://www.jacobijnenhuis.nl/geschiedenis/
Infobulletin Winshem 2015 nr.1
Gepubliceerd: 19 januari 2021, Wiekslag 48e jaargang, nr 3