GEERT REINDERS IN WINSUM

Dankzij de Wierda-Stichting werd er in 1998 een kunstwerk geplaatst aan het Winsumerdiep ter ere van Geert Reinders (1737-1815). Reinders was een actief lid van de Winsumer gemeenschap en stond bekend als bestrijder van de runderpest. Zijn bijnaam ‘de Enter’ zegt wat dat laatste betreft genoeg. Ook op andere gebieden waren zijn activiteiten van maatschappelijke betekenis. Zowel lokaal, maar ook op regionaal en zelfs landelijk niveau was hij bekend. Bijzonder is dat Geert Reinders tegen het eind van zijn leven een kladde, of autobiografie schreef. De kladde verscheen in een boekje dat in 1998 door de Historische vereniging van Winsum werd gepubliceerd.

De kladde is om een aantal redenen opvallend. Zo schrijft hij over zichzelf in de hij-vorm. Daarbij staat zijn levensschets vol arrogante en zelfgenoegzame passages. 

Een mooi voorbeeld hiervan is de volgende zin waarin hij wel heel erg hoog van zichzelf opgeeft: “ Hij bezat eene natuurlijke bekwaamheid om zijn kundigheden aan anderen mede te delen, datse eenen diepen indruk in het geheugen nalieten, zo dat men noch gedurig menschen aantreft die zeggen: “dat heb ik van Reinders onthouden’.

Geert Reinders werd in 1737 in Bedum geboren. Hij was zoon van een molenaar. Hij wist zich te ontwikkelen van molenaarsknecht en boer-koopman tot bestuurder. Uiteindelijk werd hij lid van de  toenmalige Bataafse Eerste Kamer. Verder was hij in zijn leven redger (plattelandsrechter en notaris), secretaris en ontvanger van het Winsumer- en Schaphalster Zijlvest, secretaris van de toen juist gevormde gemeente Winsum, lid van de gewestelijke Commissie van Landbouw, diergeneeskundige en ook nog eens directeur van de oudst bekende onderlinge brandverzekering in het noorden.

Landelijke bekendheid verwierf hij door een ontdekking van een vaccin tijdens een epidemie van runderpest. Deze ziekte kostte tussen de jaren 1769-1784 vele duizenden runderen het leven.

Al eerder had hoogleraar Petrus Campus zonder veel succes experimenten met inenten gedaan.  Ten koste van bijna heel zijn veestapel zette Geert Reinders door. In 1774 ontdekte hij dat kalveren van koeien die hersteld waren van de runderpest immuun werden voor de ziekte. Met die kennis heeft men de runderpest deels weten te beteugelen.

Rond 1780 werd Reinders lid van de anti-aristocratische patriotten waarmee hij zich tegen stadhouder Willem V keerde. Deze patriotten richtten gewapende exercitiegenootschappen op, Geert Reinders werd kapitein van zo’n gewapende Winsumer militie. Nadat de stadhouder was gevlucht maakte hij als democraat een politieke bliksemcarrière.

Geert Reinders wist in 1799 niet alleen zichzelf maar ook de Groningse landbouw op de kaart te zetten. Het was toen heel bijzonder dat een boer in staat was zijn gedachten helder en overtuigend uiteen te zetten, dat was toen ongekend. Ook prikkelde hij nieuwsgierigheid van Haagse autoriteiten;  in hun ogen was een boer onbeschaafd, achterlijk en dom. Mede door zijn invloed verschenen  verschillende artikelen over de Groningse landbouw in het eerste Nederlandse landbouwtijdschrift, het “Magazijn van Vaderlandschen Landbouw”.
Tot 1801 was hij lid van de Eerste Kamer. Daarna trad hij teleurgesteld terug, Napoleon had het parlement naar huis gestuurd en de Kamerleden waren allen uit hun functie gezet. Hij trok zich terug en woonde aan de Bellingeweer 10.

Geert Reinders had mede geijverd voor de aanleg van de Boog, waarschijnlijk metselde hij in 1808 aan de zuidzijde de eerste, nog immer aanwezige steen. In 1815 overleed deze bijzondere Winsumer op 78-jarige leeftijd. Op het kerkhof van de gereformeerde kerk van Winsum is zijn grafsteen vlak naast de ingang te vinden. 

Het monument ter nagedachtenis aan Geert Reinders is door de kunstenaar Jan Steen gemaakt en werd door de Wierda Stichting geschonken aan de bevolking van Winsum. In Winsum zijn de Geert Reindersstraat en het Geert Reinders sportpark naar hem vernoemd. De Koninklijke maatschappij voor diergeneeskunde gaf ooit een Geert Reinderspenning uit.

Bron: de Levensschets van Geert Reinders 1737-1815, uitgave Historische Vereniging Winsum-Obergum