WATERPOMP IN DE WESTERSTRAAT

Voordat het waterbedrijf zoals we dat nu kennen haar intrede deed, liep men naar de pomp. Sommige oude huizen in Winsum hadden een eigen pomp. Het water dat bij die huizen werd opgepompt was regenwater dat opgeslagen zat in een flinke ondergrondse bak waarin 6-10 duizend liter zat.

In een verslag uit 1883 staat dat Winsum een gemeente is met 2.219 inwoners, waar het pomp-, put- en welwater goed van smaak was en waar, behalve de mazelen, geen ernstige ziekten heersten. Er was zelfs een goed functionerende reinigingsdienst die fecaliën en andere meststoffen verzamelde. Dat had een gunstig effect op de gezondheid. Van 1881 tot 1896 maakte in Europa cholera 250.000 slachtoffers door besmet drinkwater.

Bij de Obergumer Kerk stond een pomp met een regenput eronder. Begin 1900 werd ook op het schoolplein van de lagere school in het centrum van Winsum een pomp met regenbak geplaatst, bedoeld voor de schoolgaande kinderen. Ook bij de gereformeerde kerk stond toen een pomp met een waterput van zeven meter diepte. In 1988 verdween de put bij de aanleg van het diepriool.

Bij villa Vaart- en Veldzicht, naast de westelijke ingang van de Westerstraat, ligt een vijver die spontaan water uit diepere lagen toegevoerd krijgt.
Dit schone water werd gebruikt om te koken en te drinken. Het troebele en niet al te schone water uit het Winsumerdiep was daar minder geschikt voor.
Eind 19e eeuw mochten de minder welgestelden voor 3 cent per emmer water uit de vijver van Villa Vaart- en Veldzicht halen. W. Wierda en zonen hadden hier een effectenkantoor. Op een gegeven moment liet Wierda in de Westerstraat een pomp aanleggen die met een buis verbonden werd met de vijver. De restanten van deze pomp zijn nog in de Westerstraat aanwezig.

Jammer dat de bijzondere historie die hier nog een beetje zichtbaar is in deze staat verkeert.

Bronnen:
Kees Wolters, ‘Werkgroep Oral Historie, in: Infobulletin Winshem nr. 2 (1996) p. 24
Piet Noord, ‘In 1935 kreeg Winsum waterleiding, in: Infobulletin Winshem nr. 3 (1997) p. 22
Over de Nicolaaskerk van Obergum’ pag. 35