TORENKERK WINSUM

Menig bezoeker van het mooiste dorp van Nederland kwam dit jaar, gemaskerd, met de trein langs voor een bezoekje.
Wie zich een beetje georiënteerd had liep minstens een keer over het kerkpad langs de Torenkerk. Deze kerk en de Obergumer kerk zijn twee middeleeuwse juweeltjes. Het noorden van ons land is sowieso uniek als het oude godshuizen betreft. Om dat in stand te houden raad ik iedere inwoner van de provincie aan om donateur te worden van Stichting Oude Groninger Kerken.
Aan de Torenkerk in de Kerkstraat is van buiten meer te zien dan alleen maar oude bakstenen. De entree is buitengewoon kleurig en gruwelijk tegelijk.

Het is niet bekend wanneer een eerste kerk op deze plek werd gebouwd. Dat moet al ergens in de 11e eeuw geweest zijn. Voor het eerst wordt de kerk genoemd in een verslag over de beeldenstorm van 1566. In 1693 werd de toren vervangen en kwam op de oude fundering een nieuwe toren. In respectievelijk 1578 en 1584 werden de goederen van de familie Ripperda verkocht. De stad Groningen verwierf toen twee borgen, de kerk met het kerkenland en vele landerijen. Burgemeester en Raad van Groningen konden zich vervolgens ook bemoeien met de kerk die nu ook eigendom van de stad was. Aan dat bezit zat ook het collatierecht. Het collatierecht hield in dat de eigenaar van de kerk de dominee en de koster mocht benoemen.

Door de St. Maartensvloed van 1686 lag een deel van de noorderkerkmuur uit het lood, en gaf de toren daardoor problemen. Afbraak en herbouw waren de kortste klap, al zou dat herbouwen van 1693 tot en met 1698 duren. Ook voor die tijd een flinke vertraging.
Op de hoeken van de toren, rond de ingang en bij de galmgaten is Bentheimer zandsteen gebruikt.
Boven de deur zijn omlijste schilden in de muur verwerkt. In het bovenste schild was tot een jaar of tien geleden nog het wapen van de stad Groningen te zien. Daarmee drukte het kerkbestuur van destijds uit wie de macht hier had. Dit wapenschild is als het ware opgehangen aan een ronde ring met rood lint. Deze ring houdt ook de lauwerkrans om het wapenschild vast.
In 1856 werd het collatierecht afgeschaft en verdween het wapen van Groningen tot aan de restauratie van 1992. Weer en wind hebben er na 29 jaar voor gezorgd dat het wapen van de stad wederom onzichtbaar werd. Standvastiger is de windvaan in de torenspits. Het kost enige moeite, maar het Stad-Groninger visitekaartje uit 1693 wappert daar in de vorm van het stadswapen.
Onder de cartouche met het stadswapen een andere cartouche met een spreuk, “ln dese plaetse zal ick Vrede geven spreekt de Heer der heerscharen” (bijbelboek Haggaï 2 vers 10). Om deze spreuk extra kracht bij te zetten heeft de beeldhouwer het hemelse leger met drie engelenkopjes gesymboliseerd.
De meeste indruk maakt het doodshoofd boven de ingang. Deze sluitsteen is een doodshoofd met gekruiste beenderen. Of dat al niet somber genoeg is, is het hoofd gecombineerd met een uurglas (zandloper). Deze combinatie wijst de mens op de vergankelijkheid van het aardse bestaan. Verf op steen is geen gelukkige combinatie, wellicht wel weer eens tijd voor herstel.

TOEGANG TORENKERK (klik op een foto voor diashow)